Wim Veen: ‘We moeten leren weer leuk maken’

Wim Veen. Hoogleraar Educatie & Technologie aan de TUDelft. Schrijver van het boek Homo Zappiens. En een van de sprekers tijdens CompetentCity 2011. Een monoloog van een bevlogen man over de hedendaagse student.

‘Jongeren leren anders dan vroeger. Doordat alle informatie altijd en overal aanwezig is, hanteert de hedendaagse jongere een nieuwe leerstrategie: hij zoekt informatie op het moment dat hij het nodig heeft en is daardoor gewend zelf betekenis te geven aan wat hij vindt. Dat betekent niet dat studenten geen basiskennis meer hebben. Het betekent alleen dat ze die basis op een andere manier opbouwen. Niet lineair, zoals uit boeken, maar hapsnap. Het resultaat is hetzelfde: we onthouden namelijk wat we geleerd hebben. We zijn geen vergieten. Het leren in het bedrijfsleven is ook niet-lineair. Wanneer mensen daar kennis nodig hebben om een taak uit te voeren, zoeken zij de benodigde kennis op en gaan te rade bij collega’s. Dat kan omdat we steeds minder afhankelijk zijn van parate kennis. Alle kennis is namelijk altijd paraat, in de vorm van je smartphone, je iPad of je laptopje.’

‘Deze hapsnapmanier van leren is een enorm verschil met de traditionele manier van leren, die op de meeste scholen heerst. Daar leer je lineair: je krijgt boeken, je volgt de hoofdstukken en aan het eind van het blok heb je een bepaald niveau. Ik vind dat scholen hun huidige manier van leren tegen het licht moeten houden. Dat betekent niet dat alle leerboeken uit het raam moeten worden gegooid. Maar wel dat ze moeten kijken naar de manier waarop hun leerlingen leren en daarbij aansluiten.’

Motivatie laat alle besef van tijd verdwijnen

‘Uit onderzoek blijkt dat de reken- en taalvaardigheden van Nederlandse kinderen goed zijn, maar dat de relatieve positie van Nederland verslechtert. De Pavlovreactie van de overheid is om die trend aan te pakken door die vakken nog meer aan te bieden. Dr. Han van der Maas vindt het tegenovergestelde: kinderen van tegenwoordig moeten niet méér leren, maar alleen anders leren, spelenderwijs. Neem de site rekentuin.nl. Kinderen leren daar op een spelachtige manier de basisrekenvaardigheden. Geef je goede antwoorden, dan groeien je bloemen. Het motiveert de leerlingen goede antwoorden te geven.’

‘De heersende gedachte is dat school niet leuk hoeft te zijn: leerlingen mogen best zweten om nieuwe kennis op te doen. Maar bekijk het eens van de andere kant: wanneer leerlingen iets leuk vinden, leren zij vanzelf en wordt de interesse groter. Motivatie laat alle besef van tijd verdwijnen. Ik merk dat aan mezelf als ik aan het gamen ben: hoe moeilijker een spel wordt, hoe leuker ik het vind. Het zou toch fantastisch zijn als we dat ook over taal en rekenen kunnen zeggen? De techniek is er klaar voor. Waarom zouden we die ontwikkelingen dan niet in het onderwijs integreren?’

Maak de praktijk leidend!

‘Studenten moeten eigenaar worden van hun eigen leerproces. Ik vind dat we afmoeten van het idee dat leerlingen de eerste twee jaar in school moeten zitten om daar zogenaamde praktijkervaring op te doen. Zoek de samenwerking met het bedrijfsleven en laat studenten direct zien waar zij het voor doen. Haal de bedrijven waar je voor opleidt in de klas. Laat studenten een eigen bedrijf opzetten. Ga met je studenten naar die bedrijven toe en los een probleem voor hen op, zoals op innocentive.com gebeurt. Neem met je studenten Bank & Verzekeren het bedrijfsmodel van Friendsurance onder de loep. Het zorgt ervoor dat de kennis die studenten opdoen helemaal up to date is. Veel mensen denken dat hoe minder leerstof mensen kunnen bevatten, hoe gestructureerder je die leerstof moet aanbieden. Dat is onzin. Zoek uitdagingen voor je onderwijs; alleen zo motiveer je mensen en wordt school leuk. Goede voorbeelden zijn er gelukkig genoeg. Zo integreert ROC Leiden het bedrijfsleven in het eigen gebouw. De praktijk is daar leidend.’

‘Voorwaarde om vernieuwing binnen een school te laten werken is dat de topaap – het management - over de schutting heen kijkt en ziet waar zijn opleiding voor opleidt. Staat minimaal vijftig procent van zijn docenten open voor vernieuwingen, dan moet hij ervoor gaan. Docenten zien dat ze sommigen van hun leerlingen niet bereiken. Die willen echt wel anders. Leg de innovatie in handen van de docent zelf; zo krijgen zij eigenaarschap voor wat ze doen. Zo kunnen zij er zelf voor zorgen dat het leren weer leuk wordt. We kunnen niet van onze leerlingen eisen dat ze jaren achter elkaar ongemotiveerd in de schoolbanken zitten.’

Benieuwd naar de lezing van Wim Veen? Schrijf je dan in voor CompetentCity en kom op 3 oktober naar zijn lezing.

Weergaven: 385

Tags: keynote

Opmerking

Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van CompetentCity