René Kneyber: ‘Wees niet jezelf, maar professioneel’

René Kneyber is een druk baasje. Niet alleen is hij docent wiskunde op het Oosterlicht College in Nieuwegein, hij is ook schrijver van twee boeken over orde houden en geeft ook regelmatig lezingen over dat thema. Zoals op CompetentCity. Een verslag.

Tien jaar geleden begon Kneyber met lesgeven op het vmbo. ‘Niemand kon mij vertellen hoe orde houden werkt. Ik ben toen maar bij anderen gaan kijken wat werkt en wat niet. Ik kwam er achter dat regels die voor het houden van orde in het onderwijs gelden, trouwens ook voor rest van de maatschappij, zoals de politie, gelden.’


Kneyber: ‘Autoriteit heeft te maken met drie aspecten: sociale controle, relatie en expertise. Je moet weten wat er speelt, een goede relatie hebben met je leerlingen en verstand van zaken hebben. Aan alleen een goede relatie of alleen expertise heb je niets: je bent als docent constant aan het balanceren. Je bent continu bezig de verschillende aspecten van gezag in balans te krijgen. Maar er is altijd een disbalans, een gezagscrisis. Je moet constant op je hoede zijn.’

Orde houden bestaat volgens Kneyber uit twee delen: het voorkomen van problemen en het reageren erop.

Deel 1: Ordeproblemen voorkomen

Kneyber denkt dat er veel winst te behalen valt bij het voorkomen van ordeproblemen. Hoe? ‘Door te laten zien welk gedrag ik van hen wil zien in plaats van aan te geven welk gedrag ik juist niet wil zien.’ Ordeproblemen vinden vaak plaats wanneer leerlingen aan een volgende activiteit beginnen, de zogenaamde wisselmomenten. ‘Dán moet je scherp zijn. Iedere keer weer duidelijk communiceren wat je van hen wilt zien. Wanneer je elke keer dezelfde routine hanteert, denken ze er na verloop van tijd niet meer over na en vertonen ze het gewenste gedrag automatisch.’ Een andere tip: ‘Wacht tot het gewenste gedrag daadwerkelijk getoond wordt. Pas wanneer je 100 procent zeker weet dat de hele klas aan het werk is, kun je iemand helpen bij zijn opdracht.’ 

Veel ordeproblemen houden volgens Kneyber verband met motivatieproblematiek: ‘Als leerlingen het niet snappen, gaan ze irritant lopen doen. Dat moet je voorkomen. Door bijvoorbeeld stappenplannen te maken, zoals de handleidingen van LEGO. Wijs de leerling aan bij welke stap het fout gaat en blijf in beweging: er moet tempo in de les blijven zitten.’

Deel 2: Reageren op ordeproblemen

‘Een docent moet consequent zijn en zo weinig mogelijk regels hebben’, vindt Kneyber. Zelf hanteert hij er twee: ‘Leerlingen moeten hun spullen op orde hebben. Dat controleer ik iedere les. En ze mogen niet door me heen praten. Als ze zich aan die regels houden, vindt er transfer naar andere gedragsgebieden plaats: al het gedrag verbetert dan.’

Maar hoe stel je als docent vast wat jouw grenzen en regels zijn? Kneyber: ‘Ik lig er niet wakker van dat leerlingen een petje op hebben. Maar dat is mijn persoonlijke grens. In de klas moet ik een professionele – striktere - grens hanteren. Ik ben niet mezelf, ik ben professioneel. Kinderen zoeken namelijk de grens totdat ze ‘m vinden. En als die grens een persoonlijke is, dan lig ik daar ’s nachts wakker van. Wanneer mijn professionele grens overschreden wordt niet. Leerlingen mogen bij mij dan ook geen petje op.’ Kneyber sluit af: ‘Gezag gaat niet over de relatie, expertise en sociale controle. Orde houden is zoeken naar de balans.’

Meer René Kneyber? Lees dan het interview dat we in juli met hem hielden.

Auteur: Joris van Meel (Ravestein & Zwart)

Weergaven: 153

Opmerking

Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van CompetentCity