Er was door veel mensen uitgekeken naar de lezing van bestsellerauteur Jaap Peters. In het interview, dat twee maanden voor CompetentCity online stond, gaf hij blijk van zijn prikkelende en vaak humoristische kijk op ons onvermogen om voor onszelf te denken. Op CompetentCity deed hij er nog een schepje bovenop.

De strekking van Peters’ verhaal is feitelijk hetzelfde als in het interview. Logisch: het is de opmaat voor een boek-in-wording dat straks ongetwijfeld hoog op de bestsellerlijst van managementboeken prijkt. We zijn, aldus Peters, het slachtoffer van de ‘intensieve menshouderij’, het Tayloriaanse gedachtegoed dat de werknemer wegcijfert. We laten ons van bovenaf besturen aan de hand van structuren, systemen, regels en methodieken en zijn vergeten dat we ook zelf de regie kunnen nemen. Toch moeten we het stuur in handen nemen en nieuwe mogelijkheden omarmen, nieuwe technologieën in dienst van onze eigen ontwikkeling stellen. Al willen we niet, we moeten het toch doen. Meestribbelen is het devies.


Minirevolutie
Peters begint hij met de aankondiging van een minirevolutie: zijn moeder van 83 heeft hem onlangs uitgenodigd om Facebook-vriend te worden. De aanleiding voor deze digitale omwenteling vormde de stage van haar (klein)dochter in Maleisië. ‘Mijn vrouw vroeg me of ik nog recent contact met onze dochter had gehad. Want ze vond dat ze maar weinig van haar hoorde. Ik vertelde dat ik dagelijks met haar skypte’, aldus Peters. Zijn vrouw – zo iemand die het steevast over ‘asociale media’ heeft – wilde ook een keer... en sprak vervolgens voor het eerst sinds lange tijd live met haar dochter. ‘De tranen stroomden over haar wangen.' Enfin, dit verhaal ging de familie rond. ‘Met als gevolg dat grootmoeder ook wilde skypen. Daarna volgde Facebook. En de uitnodiging.’ Een mooi voorbeeld van meestribbelen: eerst niet willen, uiteindelijk toch doen. Met mooie resultaten als gevolg.

Energie voelen

Na deze anekdote volgen er in rap tempo nog meer. Peters vertelt over Taylor, de tweede golf van slavernij (‘de loonslaaf’) en mensen die op de flexibele arbeidsmarkt als lege batterijen weggeworpen kunnen worden. Zij zijn ongeïnspireerd en vormen slechts de energie in andermans systeem. Hij toont schematische voorstellingen van productlevenscycli en fraaie staaltjes van typisch ‘managersdenken’, zoals het Persoonlijke Ontwikkelprogramma van de paprika. Daarna laat hij twee filmpjes zien: een die energie opslurpt en een die energie geeft. Bij het eerste zien we een trainer die in zijn gehuurde trainingsruimte een enorme tafel ziet staan. Hij belt de Facilitaire Dienst, maar krijgt steeds te horen dat de tafel daar moet blijven staan (‘U heeft het niet aangevraagd’; ‘Nee, verschuiven kan niet, dan gaat het kapot’; ‘Daar kan ik nu geen mensen voor vrij maken’, et cetera). Bij het tweede filmpje gaat het volume voluit.



‘Er mag gedanst worden’, laat Peters weten. ‘Voel die energie!' De zaal golft mee met de opwekkende klanken. Diverse hoofden knikken ritmisch mee. Daarna volgt de uitleg: dit is Playing for Change, een project waarbij allerlei straatmuzikanten samen muziek maken, terwijl ze zich toch op een andere locatie bevinden. Steeds zie je een muzikant met een koptelefoon ‘zijn vakmanschap tonen’. ‘Ze opereren niet in de structuur van een ander en doen precies het tegenovergestelde van wat Taylor wil. Werken wordt hier weer een lolletje. Dit is de manier om energie te genereren. Je maakt massa door te verbinden.’

Hier ben ik, hier zijn wij!
Peters geeft vervolgens enkele voorbeelden van hoe massa’s een beweging tot stand kunnen brengen, scheurtjes laten ontstaan in het massieve systeemdenken: hier ben ik, hier zijn wij! De Arabische Lente was nooit aangebroken zonder sociale media. Of recenter: Occupy Wall Street. ‘Lees de krant en zie allemaal koppen die er op duiden dat we weer zelf willen denken en ons met gelijkgestemden verbinden via sociale media. Dat kan hier ook, lijkt me. Welke kop over het mbo mag ik morgen in dit rijtje opnemen? Welke onderstroom is hier gaande?’ Een echt antwoord volgt niet uit de zaal, op wat kreten als ‘terug naar de kleinschaligheid’ na. Men zit te zeer in het verhaal om een actieve bijdrage te leveren. En dus vervolgt Peters zijn verhaal.

Docenten kunnen gerust een voorbeeld nemen aan de straatmuzikanten als het gaat om zelf de regie nemen en je vakmanschap tonen. En aan Peters' 81-jarige moeder als het gaat om het omarmen van nieuwe mogelijkheden om je te verbinden. Stribbel mee, omarm innovatie en ontwikkel zo je persoonlijke vakmanschap. Dan liggen er fraaie dingen in het verschiet.


Interview met Jaap Peters

Auteur: Olaf van Tilburg (Ravestein & Zwart)

Weergaven: 152

Opmerking

Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van CompetentCity