Herfstgasten: meer macrodoelmatigheid en kwaliteit

Een doelmatig aanbod van opleidingen, afgestemd op de vraag van de regionale arbeidsmarkt. Verbetering van de kwaliteit van onderwijs, professionalisering en bedrijfsvoering. Twee opdrachten voor twee loten uit dezelfde stam: MBO15, een tijdelijk programmamanagement ingesteld door het ministerie. Bij de ene loot – Marcodoelmatigheid – zit Hans Corstjens aan het roer. Bij de andere – Kwaliteit – is Hans van Nieuwkerk de programmamanager. Beide Hansen vertellen als ‘Herfstgasten’ over hun opdracht.

‘Deze twee heren komen u bezoeken om te zien of u het goed doet’, opent dagvoorzitter Tom van ’t Hek het gesprek. Hans van Nieuwkerk nuanceert direct deze openingswoorden: het gaat er niet om of de school het goed doet, maar goed genoeg. ‘Het mbo is het fundament van onze economie. Als het mbo een belangrijke rol wil spelen in de verankering van onze welvaart en welzijn, moet iedere mbo-instelling er een paar tandjes bij doen.’

Om te kijken of dit gebeurt, bezoekt Van Nieuwkerk de komende tijd alle mbo-instellingen. Hij start hiervoor een pilot met zes scholen. ‘Let wel, wij zijn geen inspectie. Wij voeren gesprekken, maken een sterkte/zwakteanalyse en geven aanbevelingen. De bestuurders die we spreken bepalen zelf of ze ook directeuren of teamcoördinatoren bij het gesprek laten aanzitten. En wat ze met onze adviezen doen. Verder komt er een generieke rapportage, met adviezen hoe je het mbo eigentijdser kunt maken, maar ook degelijk: de basis moet in orde zijn.

Macrodoelmatigheid

Hans Corstjens start voor de programmalijn Macrodoelmatigheid met vijf pilots. Na een rondje scholen volgen ook gesprekken met het bedrijfsleven en de regionale overheid. ‘Wij willen allereerst achterhalen hoe mbo-instellingen denken over hun eigen macrodoelmatigheid. Belangrijk daarbij is te denken vanuit het bedrijfsleven. Wat voor macro-ontwikkelingen spelen er in mijn regio? Waar liggen de kansen? En vervolgens: wat kan mijn ROC – in samenspraak met andere ROC’s in mijn regio – doen om het aanbod aan te laten sluiten bij de regionale vraag? ROC’s moeten elkaar niet zien als concurrenten; ze moeten uitwisselen, afstemmen. Als er een numerus fixus op de kappersopleiding van het ene ROC zit en niet bij de andere, dan weet je wat er gebeurt. Dit kun je onderling afstemmen.’



Breed met focus

Na de uitleg volgt een discussie met de zaal. De meeste vragen zijn voor Hans Corstjens. Macrodoelmatigheid is duidelijk een complex thema. Komen er extra financiële prikkels? Een aparte aanpak voor AOC’s? Wat gebeurt er met opleidingen met te weinig regionale arbeidsmarktrelevantie? En worden bij de doelmatigheidsanalyse ook private aanbieders betrokken? ‘Die discussies moeten we samen aangaan’, stelt Corstjens. ‘Maar het is essentieel onze blik vooral op de middellange en lange termijn te richten. We moeten de grote lijnen zien; niet de details die daarachter zitten. Als ik ROC-bestuurder was, zou ik een breed aanbod hebben. Want dat is mijn maatschappelijke opdracht. Maar ik zou ook kijken hoe deze opdracht zich in mijn regio vertaalt. Ik zou afspraken maken met het bedrijfsleven en andere ROC’s. Vanuit een individueel ROC zijn er altijd onmogelijkheden. Ben je met meer ROC's, dan ontstaan er mogelijkheden.’

Interview met Hans Corstjens (Platform Beta Techniek) en Hans van Nieuwkerk (MBO15)

Weergaven: 123

Tags: verslag2011

Opmerking

Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van CompetentCity