Heim Meijerink: ‘Elke mbo-opleiding een leraar Nederlands!’

Onvoldoende kunnen schrijven, lezen en rekenen. Een probleem dat de overheid met de zogeheten ‘referentieniveaus’ gaat bestrijden. Het voorstel komt uit de koker van de Expertcommissie Taal en Rekenen. De voorzitter van deze commissie – Heim Meijerink – is keynotespeaker op CompetentCity 2010.

Het rapport Over de drempels met taal en rekenen stamt alweer uit 2008 en wordt gezien als een ‘markant omslagpunt in de geschiedenis van ons onderwijsbeleid’. In het rapport constateert de Expertcommissie Taal en Rekenen dat jongeren die momenteel het beroepsonderwijs binnenstromen veel moeite hebben met lezen, spellen en rekenen. In hun schoolloopbaan zitten enkele lastige ‘drempels’ bij de overgangen tussen basisonderwijs, vmbo, mbo, havo, vwo, hbo en universiteit. Haal je die drempels weg, dan vergroot je de kans op een optimale loopbaan.

De commissie pleit dan ook voor voorgeschreven tussenniveaus voor taal en rekenen tijdens de hele schoolcarrière. Een advies dat leidde tot het wetsvoorstel ‘Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen’ en een voorstel voor centrale examens op basis van de referentieniveaus. Daarmee komt een einde aan de grote vrijheid die scholen nu nog hebben om leerlingen naar eigen inzicht voor te bereiden op de overgangen en examens.

Grens
‘Het “daar gaan wij zelf over” is een principekwestie in het onderwijs’, stelt Heim Meijerink. ‘In ons land heerst vooral de gedachte dat de overheid bepaalt wat de leerlingen moeten leren en de onderwijsinstellingen hoe. Maar gezien het huidige peil van taal en rekenen trekken we hier de grens. De overheid moet met voorschriften komen. Opmerkelijk daarbij is dat hoe dichter je bij de werkvloer komt, hoe positiever de reacties op de referentieniveaus. Voor veel leraren zijn enige zekerheid en vastigheid over de leerdoelen beslist prettig. Verder van de werkvloer wordt die noodzaak minder gevoeld en ziet men vooral een beperking van de vrijheid om het zelf voor elkaar te boksen.’

Ketenverantwoordelijkheid
Er waren met name opmerkingen op detailniveau. Het onderwijsveld is vooral blij dat er een structurele oplossing komt voor een probleem dat iedereen onderkent. ‘Achterstanden doen zich al halverwege de basisschool voor’, vertelt Meijerink. ‘Het gaat daarbij om een aanzienlijke groep die drempelloos doorstroomt, zonder de voor een bepaald niveau geldende basale vaardigheden te beheersen. Het is een risicogroep: uitval dreigt. Ik beweer niet dat dit gebrek aan basisvaardigheden de enige of belangrijkste overweging voor de uitvalproblematiek is. Maar het speelt wel een rol. Daar is geen twijfel over. En dus moet het gehele onderwijs aan de bak om het probleem op te lossen. Het is een ketenverantwoordelijkheid. Als elke schakel verantwoordelijkheid neemt en zorgt voor afstemming met de overige schakels, krijg je resultaat in de gehele keten.’

Taalles
Dat resultaat over de volle breedte is pas minimaal over tien jaar te verwachten. Meijerink: ‘De implementatie van de referentieniveaus verloopt gefaseerd en is pas in 2014 afgerond. Als er tegen die tijd ook geschikt les- en toetsingsmateriaal is, zijn we een heel eind. Maar dit vergt ook een fikse investering van het onderwijs zelf. De invoering van de referentieniveaus en de centrale examens hebben enorme gevolgen voor de inrichting, zeker in het mbo.'

Meijerink gaat verder: 'Het aanleren van de basale vaardigheden vergt gerichte, afzonderlijke lessen. Die moet je eindeloos oefenen, oefenen en oefenen. Daar zijn gewoon vaklessen voor nodig, in ieder geval voor taal. Of dat voor rekenen in de volle breedte nodig is, kan ik niet beoordelen. Ik kan me voorstellen dat bij sommige beroepsopleidingen het rekenen zo vanzelfsprekend geïntegreerd is, dat er geen aparte lessen nodig zijn. Maar voor taal durf ik te stellen dat het voor de volle breedte noodzakelijk is om daar een behoorlijk aantal gerichte lessen per week aan te besteden. Als een mbo-opleiding geen leraar Nederlands in dienst heeft, is er iets niet in orde.’

Korte termijn
De referentieniveaus bieden soelaas voor de lange termijn. Maar wat hebben de jongeren die nu naar school gaan hieraan? ‘Er lopen diverse experimenten en pilots die zich richten op de korte termijn. Die zijn veelbelovend. Binnen een, twee jaar is toch vrij veel te bereiken. Bij rekenen is dat eigenlijk vrij logisch, want dat kun je op elke leeftijd behoorlijk goed leren. Met taal ligt dat ingewikkelder, omdat dit samenhangt met de fase van taalverwerving die vooral in de prille kindertijd plaatsvindt. Als je op jonge leeftijd die taalverwervingfase hebt overgeslagen, bijvoorbeeld omdat je anderstalig bent opgevoed, mis je echt een basis. Maar met gerichte inspanning, veel lesuren en goed lesmateriaal kun je ook als zestienjarige een grote stap voorwaarts maken. Ook dit vergt een fikse investering van de scholen: extra tijd, inspanning en geld. Ook hier geldt dat de gehele keten verantwoordelijk is.’

Op CompetentCity geeft Heim Meijerink een presentatie over taal en rekenen in het mbo, de urgentie van de referentieniveaus, de verhouding tussen deze niveaus en het competentiegericht onderwijs en de stand van zaken van de experimenten en pilots.

Weergaven: 468

Tags: keynote

Opmerking

Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van CompetentCity