Walk-in pc’s. Games. Even een lesje volgen in China. De toekomst van het onderwijs? Vraag het CompetentCity keynotespeaker Eduard Beck (Microsoft) en je krijgt een ‘ik weet het niet’ als antwoord. Er zijn immers vier ‘extreme scenario’s’. Een interview zonder absolute waarheden, maar barstensvol inspiratie...
Leerlingen presteren ondermaats. Althans, dat krijgt Eduard Beck, strategisch adviseur onderwijs bij Microsoft, vaak te horen. De oorzaak is onduidelijk. ‘Ligt het aan de leerling? De leerkracht? De lessen? De content? De context waarin de lessen gegeven worden? De cohesie, oftewel de onderlinge samenhang tussen de verschillende niveaus? Of is het een optelsom van deze zes elementen? Geen idee. Over het totale spectrum valt in ieder geval het nodige te doen. Er zijn verschillende technologisch geïnspireerde systeemaanpassingen mogelijk die er voor kunnen zorgen dat leerlingen meer uit zichzelf halen.’
Adaptief versus adoptief Beck kan geen aanpassingen aanstippen zonder eerst in te gaan op het verschil tussen ‘adaptie’ en ‘adoptie’. ‘Dat duo speelt een rol bij elk groot ICT-vraagstuk en verdeelt de wereld in tweeën. De ene helft adapteert technologie aan wat ze al doen. Dat is mijn generatie, die technologie heeft zien aankomen. Voordat we dit fenomeen omarmen, willen we eerst weten of het te vertrouwen is. Dan willen we het begrijpen. Daarna volgt de vraag of het gewenst is. En pas dan belanden we in de gebruiksmodus. De andere helft adopteert technologie. Dit zijn de mensen die, bij wijze van spreken, met een iPhone uit de baarmoeder komen. Voor hen geen ‘vertrouw ik het? ‘ of ‘snap ik het?’, maar zien en gebruiken. Een fundamenteel verschil.’
Brug Om het verschil tussen ‘adoptie’ en ‘adaptie’ te benadrukken geeft Beck een voorbeeld. ‘Ergens staat een houten brug. Maar ineens is er iets nieuws: ijzer. De adaptiegeneratie besluit, na lang dralen, het ijzer toch te omarmen. En bouwt precies dezelfde brug op dezelfde locatie. Maar dan van ijzer. De adoptiegeneratie bouwt een compleet andere brug. Of zelfs geen brug. Misschien leent het nieuwe materiaal zich wel voor andere oplossingen. Een tunnel bijvoorbeeld. Twee visies, twee totaal andere benaderingen. Dat verschil kunnen we niet ontkennen. Sterker nog: we moeten manieren vinden om van adapteren naar adopteren te kunnen gaan. Anders hebben we feitelijk weinig aan technologie. Bovendien moeten we rekening houden met meerdere scenario’s. Scenarioplanning dus, waarbij we in hoge mate de ICT-mogelijkheden adopteren, in plaats van adapteren.’
Macht en grenzen Vervolgens pakt Beck er een ouderwetse flip-over bij. In een mum van tijd staat een schema met twee assen en vier kwadranten op papier. ‘Er kleven twee onzekerheden aan technologie die in grote mate de toekomst bepalen. Allereerst: wie heeft straks de macht in handen? Oftewel: top down versus bottum up. We leven in een hiërarchische wereld. Maar technologie geeft iedereen macht. De tweede onzekerheid: zijn er straks nog grenzen? Internet is tijd- en plaatsonafhankelijk. Iedereen kan grensoverschrijdend bezig zijn. Maar als je naar het onderwijs kijkt, stelt de overheid grenzen. Terwijl je tegenwoordig ook 24/7 online cursussen kunt volgen. Dat brengt ons vier mogelijke scenario’s voor het onderwijs.’
Vier smaken ‘Bij het eerste extreme scenario is sprake van een top down organisatie, in een gesloten context. In dit scenario bepaalt de overheid wat scholing is, welke normen eraan hangen, welke eisen et cetera. Dit noem ik “National Scholing”.
Het tweede scenario is top down, maar in een open context. In deze extreme variant is het bedrijfsleven de enige die in staat zou kunnen zijn om in scholing te voorzien. Een bedrijf komt dan als een Amerikaanse sportcoach bij je aan de deur om je talentvolle kind te ronselen: ik ga ervoor zorgen dat jij straks goud gaat verdienen in mijn bedrijf. Dit noem ik ‘Corporate Scholing’.
De derde variant is bottom up en grenzeloos: just in time knowledge. Alle informatie is overal en altijd toegankelijk. Je kijkt wat je nodig hebt om je doelen te bereiken en pakt de ene dag een lesje in China om daarna twee weken een online cursus te volgen in Australië. Een organische leerontwikkeling, waarbij je niet naar school gaat en eventueel hulp krijgt van een life long coach.
Het laatste scenario is bottom up, maar in een gesloten wereld. Je onttrekt je uit de samenleving, stoot de aangeboden mogelijkheden af en leert in streng isolement. Dit zie je veel in de VS, waar ouders geen vertrouwen hebben in het onderwijs en hun kind zelf lesgeven: Home Scholing. Er zijn dus vier mogelijke smaken. Die alle al bestaan. Het is alleen de vraag welke de overhand gaat krijgen.’
Voorlezen Die vraag is niet te beantwoorden. Wel is duidelijk dat technologie de discussie over hoe het onderwijs beter kan op scherp stelt. ‘De tijd dat de leraar de scepter zwaaide in zijn eigen koninkrijk is voorbij. We leven in een netwerksamenleving. Waarin ieder individu zelf in control is en verantwoordelijk is voor de eigen leerontwikkeling: ik leer hier voor mezelf. De taak van het onderwijs is om die eigen ontwikkeling te prikkelen, ongeacht of dit op een fysieke school gebeurt, in een bedrijf of thuis. Daarbij mag een leraar bepalen “wat” een leerling moet leren. Maar het “hoe” is aan de leerling. Bied dus een lesmodule aan in meerdere smaken. Zodat deze zijn eigen palet kan samenstellen: een beetje tekst, wat film, wat geluid et cetera. Gepersonaliseerd leren.
Ik zie op scholen weliswaar een verschuiving van papier naar digitaal, maar dat is duidelijk een vorm van adapteren. Krijg je hetzelfde boek, maar dan als pdf. Dat werkt niet. En dan heb ik het nog niet eens over de vorm waarin ik het gebruik. Daarbij moeten we beslist verder denken dan de laptop. Ik was laatst in het Microsoft Home of the Future in de VS. Moesten we gaan zitten, terwijl onze gids een groot verhalenboek tevoorschijn haalde. Ging hij voorlezen! “It was a dark night.” Werd die ruimte compleet donker. “But it was a full moon.” Ineens een streep met licht! Fantastisch. Moet je voorstellen dat je een ruimte binnen loopt en die hele ruimte is een pc! Wat dat voor het onderwijs betekent! En dat terwijl voor sommige scholen zo’n simpel mobieltje al een stap te ver is...’
Gaming Beck gunt nog meer blikken in de toekomst. ‘Als je het “I’m in control”-gevoel verder doortrekt, kom je al gauw bij gamen uit. Daar heb je echt een controller in handen. Je wordt, al spelend, door het geluid en grafische vormgeving echt het spel ingezogen. Moet je je eens indenken dat dit je les is. Samen met je medeleerlingen, want multiplaying is het leukst, werk je aan opdrachten en kom je steeds een level verder. Je docent staat aan de zijlijn, beoordeelt en geeft advies. Geloof maar dat er dan veel meer leerlingen op en top gemotiveerd zijn.'
'Maar dan zijn we er nog niet. Je kunt bijvoorbeeld ook iets aan de context doen. Het gebouw van de school bijvoorbeeld. Dat moet inspireren, prikkelen. Een beroep doen op de gretigheid om te leren. Zorgen we dan ook nog voor een verbeterde cohesie – dus de functie van het systeem op verschillende verbindings- en overdrachtsmomenten – dan hebben we, met technologie als middel, aan alle zes aspecten die ik in het begin noemde iets veranderd: leerling, leraar, les, content, context en cohesie. Genoeg mogelijkheden dus om meer mensen hogerop te krijgen. Laat die toekomst maar komen!’
Wil je nog meer blikken in de mogelijke toekomst van het onderwijs? Teken dan in voor de lezing van Eduard Beck op CompetentCity.
Prachtig verhaal dat mij bijzonder aanspreekt!
Ik ga dus zeker naar de sessie van Eduard.
Grappig is dat veel mensen vaak het woord adapter gebruiken terwijl ze adopter bedoelen, zoals hier.
Eduard legt het verschil mooi uit!
Zie ook: common errors
Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van CompetentCity