In aanloop naar CompetentCity plaatsen we op deze website zeer regelmatig interviews met keynotespeakers die op 3 oktober hun kennis en kunde met u zullen delen. Vandaag blikken we vooruit met vmbo-docent en keynotespeaker René Kneyber. Hoe zorg je er als docent voor dat je orde houdt in je klas? Die centrale vraag beantwoordt Kneyber tijdens CompetentCity. Een voorbeschouwing op zijn presentatie.
René Kneyber (blog / twitter) is 32 jaar en sinds acht jaar wiskundedocent. Op zijn 24e gaf hij zijn eerste les. ‘Ik was onbevoegd en had in het klaslokaal alleen maar ervaring als leerling.’ Zijn eerste weken verliepen rustig: de leerlingen keken de kat uit de boom. Maar al snel zagen de ‘grote kinderen’ dat Kneyber geen ervaring had en zij de grens op konden zoeken. Kneyber: ‘Terwijl ik iemand iets uitlegde, verwisselden ze stiekem van plaats. Ik zag het wel, maar had er geen passend antwoord op. Ik kon ze wel de klas uitsturen of iemand de gang op sturen, maar daar pak je ze niet mee.’ Het was duidelijk: Kneyber moest op zoek naar passende antwoorden. ‘Het is allemaal wel leuk en aardig om na te denken over de inhoud van je lessen, of over de werkvorm waarin je die inhoud wilt gieten, maar dan moeten je leerlingen wel naar je luisteren.’
Op zoek naar een antwoord op het ordevraagstuk
Op zijn gang langs zijn collega’s kwam Kneyber erachter dat meer collega’s niet wisten wat er nu precies voor zorgde dat er orde heerste in de klas. ‘Ook collega’s die al bijna tien jaar voor de klas stonden, hadden het antwoord niet.’ Bij de collega’s die wel een antwoord op zijn ordevraag hadden, keek hij wat kunstjes af. ‘Zo vertelde een collega me dat ik nooit een les moest beginnen wanneer ik niet van iedereen de volle aandacht had.’ Wat Kneyber opviel was dat helemaal niemand een compleet, consistent verhaal had dat hij als systematiek kon hanteren om voor orde in zijn klassen te zorgen. ‘Iedereen deed maar wat.’ En dus ging hij er zelf naar op zoek. Tijdens zijn opleiding tot wiskundedocent kreeg Kneyber te maken met verschillende theorieën die iets over orde houden zeiden. ‘Maar die theorieën moet je in de praktijk toepassen om te zien of ze voor jou werken.’
Kneyber kwam tot de conclusie dat veel gedragsproblemen voortkomen uit het niet snappen van de lesstof. De instructie zoals die vaak gegeven wordt, werkt volgens hem ordeproblemen in de hand. ‘De docent legt op het bord - met zijn rug naar de klas - de stelling van Pythagoras uit. De goede leerling kan dat volgen. Maar de mindere leerling – die niet weet waar hij moet beginnen – haakt af. Door op het bord te werken zien de kinderen niet meer in welke volgorde stappen uitgevoerd moeten worden.’ De oplossing? ‘ In plaats daarvan kun je een soort legokaarten maken, waarop stap voor stap wordt uitgelegd wat de volgende uit te voeren stap is.’
Orde houden een taboe?
Je hoort wel eens dat het onderwerp
‘orde in de klas’ op sommige scholen een taboe is. ‘Als je daar zegt dat je een probleem hebt met een klas, krijg je te horen dat je collega’s daar helemaal geen last van hebben. Terwijl je in de wandelgangen wel andere verhalen hoort.’ Op de school van Kneyber is dat ‘gelukkig niet het geval’. Kneyber: ‘Want docenten moeten elkaar helpen!’ Om zijn steentje bij te dragen, besloot hij al tijdens zijn opleiding een boek te schrijven over orde houden. ‘Dat ging eigenlijk vanzelf.’ Het boek ‘Orde houden in het vmbo’ gaf hij zelf uit en kende vijf drukken. Zijn nieuwe boek ‘Orde houden in het voortgezet onderwijs’ wordt door Uitgeverij Didaktief uitgegeven en is net uit.
In zijn keynote op CompetentCity zal Kneyber laten zien hoe orde houden werkt. ‘De principes zijn op alle schooltypes hetzelfde. Alleen de accenten liggen wat anders. Zo heb ik op het vmbo misschien wat meer dan mijn collega’s op het mbo te maken met pubers die midden in een gedragsverandering zitten.’
Vooruitkijkend naar zijn keynote geeft Kneyber alvast vier tips die docenten kunnen helpen bij het systematisch houden van orde in hun klas.
Tip 1: Laat je lessen aansluiten bij het niveau dat leerlingen hebben
‘Sluit aan bij de voorkennis van je leerlingen. Dat betekent dat je oude stof vaak zult moeten herhalen. Zij zijn namelijk vaak al vergeten wat je de vorige les precies behandeld hebt. Je moet dus een stap terug doen om een stap vooruit te kunnen zetten. Ook je materiaal moet aansluiten bij je leerlingen. Is het boek te moeilijk? Maak dan zelf oefeningen die wel aansluiten. Ja, dat kost een hoop werk maar levert je wel wat op.’
Tip 2: Ga gestructureerd te werk
‘Weet precies wat je in een les wil vertellen. En zorg ervoor dat je stof altijd op dezelfde manier uitlegt. Het is verleidelijk om op verschillende manieren te laten zien hoe je moet vermenigvuldigen, maar dat werkt alleen maar verwarrend voor je leerlingen.’
Tip 3: Maak duidelijk wie de baas is
‘Ik ben de baas in de klas. Leerlingen weten dat en voelen zich daar veilig bij. Op het moment dat ze weten dat ik de baas ben, zijn ze minder geneigd me uit te proberen. Laat merken dat jij de baas bent.’
Tip 4: Hanteer de ondergrens
‘Ongeacht de problemen die bij een persoon of een klas spelen, moet je altijd de ondergrens hanteren. In de eerste maanden van het schooljaar – wanneer leerlingen aan mijn regels moeten wennen – laat ik leerlingen die over die grens heengaan strafregels schrijven. Dat vinden ze niet leuk, je kunt het consequent toepassen en het kost mij geen tijd of moeite. Strafregels laten schrijven lijkt misschien ouderwets, maar dat is voor mij geen reden om het niet te doen.’
Meer weten? Schrijf je dan snel in voor CompetentCity en kom op 3 oktober naar de keynote van René Kneyber.
Welkom bij
CompetentCity
© 2012 Gemaakt door Joris van Meel.

Je moet lid zijn van CompetentCity om reacties te kunnen toevoegen!
Wordt lid van CompetentCity